Voor het eerst in ruim tien jaar daalt het aantal overnachtingen in Nederland. Volgens Rabobank lijkt 2026 daarmee een kantelpunt te worden voor hotels, vakantieparken en andere logiesaanbieders. Vooral buitenlandse gasten blijven vaker weg, terwijl hogere kosten en prijsstijgingen de sector al onder druk zetten.

Trendbreuk in overnachtingen
Het aantal overnachtingen in Nederland is in de eerste vier maanden van 2026 met 2,2% gedaald. Daarmee is volgens Rabobank sprake van een duidelijke trendbreuk. Sinds 2013 groeide het aantal overnachtingen vrijwel onafgebroken, met uitzondering van de coronajaren.
De daling komt op een moment dat de logiessector te maken heeft met een hogere btw op logies, stijgende kosten en prijsgevoelige gasten. Sinds 1 januari geldt voor aanbieders van logies, met uitzondering van campings, het algemene btw-tarief van 21% in plaats van 9%.
Voor hotels, vakantieparken en andere verblijfsaanbieders betekent dit dat de ruimte om prijsverhogingen door te voeren beperkt is. Gasten kunnen uitwijken naar goedkopere alternatieven, korter verblijven of kiezen voor bestemmingen over de grens.
Vooral buitenlandse gasten blijven weg
De daling zit zowel bij binnenlandse als buitenlandse gasten, maar vooral het buitenland valt op. Het aantal overnachtingen door buitenlandse gasten nam in de eerste vier maanden af met 567.000, een daling van 3,2%. Binnenlandse overnachtingen daalden met 217.000, oftewel 1,1%.
Met name Duitsland en België laten een duidelijke terugval zien. Duitse gasten waren goed voor 5,1% minder overnachtingen, Belgische gasten voor 4,9% minder. Samen zorgden deze twee herkomstmarkten voor 407.000 minder overnachtingen in Nederland.
Dat is relevant voor kustregio’s, grensgebieden en vakantieparken die sterk leunen op Duitse en Belgische gasten. Juist deze doelgroepen vergelijken prijs, bereikbaarheid en aanbod relatief makkelijk met alternatieven in eigen land of andere buurlanden.
Nederland blijft achter bij buurlanden
Rabobank wijst erop dat Nederland slechter presteert dan België en Duitsland. Terwijl het aantal overnachtingen in Nederland in het eerste kwartaal daalde, steeg het aantal overnachtingen in België en Duitsland nog licht.
De bank stelt dat de btw-verhoging op deze manier zichtbaar lijkt te worden. Dat betekent niet dat btw de enige verklaring is, maar wel dat de prijspositie van Nederland kwetsbaarder wordt.
Binnen Nederland zijn de verschillen groot. Alleen Gelderland liet nog groei zien in het aantal overnachtingen. Limburg bleef stabiel. In alle andere provincies daalde het aantal overnachtingen. Zeeland kende met 7,4% de sterkste daling, gevolgd door Noord-Brabant en Drenthe met beide 6,6%.
Vakantieparken begonnen jaar nog redelijk
Voor campings en vakantieparken zag het eerste kwartaal van 2026 er volgens Rabobank nog redelijk uit, met een omzetgroei van bijna 5,5%. Die groei kwam echter grotendeels door prijsstijgingen.
Vanaf april wordt het beeld uitdagender. Zowel hotels als andere logiesaanbieders zien het aantal overnachtingen dalen. Dat maakt de ontwikkeling belangrijk voor ondernemers die hun seizoen, bezetting en prijsstrategie op tijd willen bijsturen.
Ook voor dagrecreatie is dit relevant. Minder overnachtingen kunnen doorwerken in bestedingen bij horeca, attracties, winkels, verhuurbedrijven en activiteitenaanbieders in toeristische regio’s.
Fastservice doet het beter dan hotels
Binnen de bredere horecasector ziet Rabobank grote verschillen. Fastservice presteerde in het eerste kwartaal beter dan de horecasector als geheel, met een omzetgroei van 3,8%. Restaurants groeiden met 1,6%, cafés met 1,3% en hotels met slechts 0,4%.
Ook hier komt groei vaak vooral door hogere prijzen, terwijl volumes onder druk staan. Dat sluit aan bij het bredere beeld in recreatie en horeca: consumenten blijven besteden, maar rekenen scherper en reageren gevoeliger op prijsstijgingen.
Voor recreatiebedrijven onderstreept dit het belang van duidelijke waarde. Niet alleen de kamerprijs of huursom telt, maar de totale beleving, inbegrepen faciliteiten, horeca, activiteiten en bijkomende kosten.
Opheffingen blijven hoog
Rabobank ziet op dit moment nog geen faillissementengolf in de horeca. Het aantal faillissementen ligt relatief laag en is vergelijkbaar met 2018. Tegelijk blijft het aantal opheffingen hoog. In het eerste kwartaal van 2026 waren er nog altijd bijna 700 opheffingen meer dan in de periode vóór corona.
Dat wijst op een sector waarin veel bedrijven niet direct failliet gaan, maar waar ondernemers wel stoppen of hun exploitatie heroverwegen. Voor verblijfsrecreatie en toeristische regio’s is dat een belangrijk signaal: druk op rendement kan geleidelijk leiden tot minder aanbod, minder investeringen en verschraling van voorzieningen.
Wat betekent dit voor ondernemers?
Voor hotels, vakantieparken en andere logiesaanbieders wordt 2026 een jaar waarin bezetting, prijs en kosten scherper gemonitord moeten worden. Alleen omzetgroei is niet genoeg wanneer die vooral uit prijsstijgingen komt en het aantal overnachtingen daalt.
Ondernemers kunnen sturen op arrangementen, directe boekingen, seizoensspreiding, buitenlandse doelgroepen, regionale samenwerking en betere waardecommunicatie. Voor regio’s ligt er een opgave om verblijf, dagrecreatie, horeca en vervoer sterker te verbinden.
De Rabobank-analyse sluit aan bij eerdere signalen over de btw-verhoging op logies. De maatregel raakt niet alleen de prijs van een overnachting, maar ook investeringsruimte, concurrentiepositie en de bestedingen in toeristische gebieden.
Meer informatie
Bron en meer informatie: Rabobank, analyse van Jos Klerx, sectormanager Horeca, Recreatie en Toerisme