ING: Btw-verhoging zet investeringen van hotels en vakantieparken onder druk

De verhoging van de btw op logies van 9 naar 21 procent raakt hotels, vakantieparken, pensions en B&B’s direct in hun exploitatie. Volgens Sjuk Akkerman van ING dreigt vooral de investeringsruimte voor kwaliteit, verduurzaming en vernieuwing onder druk te komen.

Hogere btw raakt logiessector direct

Sinds 1 januari geldt voor kortdurend verblijf in onder meer hotels, vakantieparken, pensions en B&B’s het algemene btw-tarief van 21 procent. Voorheen viel logies onder het verlaagde tarief van 9 procent.

Volgens Sjuk Akkerman van ING stelt dit ondernemers voor een lastige keuze. Zij kunnen de hogere belasting doorberekenen aan gasten, met het risico op minder boekingen. Of zij nemen een deel van de verhoging zelf voor hun rekening, waardoor de marge daalt.

Die keuze is vooral relevant voor verblijfsrecreatie, waar prijsgevoeligheid al toeneemt en gasten steeds kritischer kijken naar de totale kosten van een verblijf.

Kostenstijging komt bovenop lonen en lokale lasten

De btw-verhoging komt niet op zichzelf. Akkerman wijst erop dat de sector al te maken heeft met hogere loonkosten, stijgende toeristenbelasting en oplopende lokale lasten. Tegelijk moeten bedrijven blijven investeren in kwaliteit, verduurzaming, personeel en innovatie.

Voor hotels en vakantieparken betekent dit dat de rek uit het verdienmodel kan raken. Zeker bedrijven met hoge vaste lasten, veel personeel of grote investeringsopgaven kunnen minder ruimte overhouden voor renovatie, energiezuinige maatregelen of vernieuwing van accommodaties.

Daarmee wordt de btw-verhoging meer dan een fiscale maatregel. Zij raakt ook de kwaliteit en toekomstbestendigheid van het toeristisch aanbod.

Concurrentiepositie onder druk in grensregio’s

Vooral in kust en grensregio’s is de impact gevoelig. Nederland wordt voor verblijf duurder ten opzichte van buurlanden waar de btw-tarieven voor logies lager liggen.

Dat kan invloed hebben op de keuze van binnenlandse én buitenlandse gasten. Voor een korte vakantie of weekend weg is het prijsverschil met Duitsland of België snel onderdeel van de afweging.

Voor Nederlandse kustgemeenten en grensregio’s is dit extra relevant, omdat logiesbestedingen vaak doorwerken naar horeca, retail, dagrecreatie, vervoer en lokale werkgelegenheid.

Kustgemeenten waarschuwen voor breder effect

KIMO/VNKG, de Vereniging van Nederlandse Kustgemeenten, waarschuwde eerder voor de gevolgen van de btw-verhoging. Minder overnachtingen raken niet alleen hotels en vakantieparken, maar ook de regionale economie en leefbaarheid van kustplaatsen.

Volgens Akkerman ligt er niet alleen een opgave bij Den Haag. Ook gemeenten hebben invloed via toeristenbelasting, parkeerbeleid en lokale lasten. Als die lasten tegelijk stijgen, kan de totale prijsdruk voor de gast verder toenemen.

Voor bestemmingen wordt het daarom belangrijker om fiscaal beleid, toeristische ambities en economische effecten beter op elkaar af te stemmen.

Ondernemers moeten scherper sturen op waarde

Een herziening van het btw-tarief kan volgens Akkerman helpen, maar ondernemers kunnen ook zelf bijsturen. Denk aan scherpere arrangementen, duidelijke prijscommunicatie, meer toegevoegde waarde en samenwerking binnen de regio.

Voor vakantieparken en hotels wordt het belangrijk om niet alleen te concurreren op prijs, maar ook op verblijfskwaliteit, gemak, beleving en lokale meerwaarde. Tegelijk blijft betaalbaarheid een aandachtspunt, zeker voor gezinnen en korte vakanties.

De kernvraag wordt: hoe blijft Nederland aantrekkelijk als verblijfsbestemming, terwijl ondernemers voldoende ruimte houden om te investeren?

Meer informatie

Bron en meer informatie: Sjuk Akkerman, ING

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *