Betaalgedrag van de buitenlandse toerist in België

Amerikaanse bezoekers waren deze zomer verantwoordelijk voor bijna een kwart van de buitenlandse bestedingen in België. Toch verschillen de profielen sterk per regio. Amerikanen domineren de kunststeden, Nederlanders en Fransen zijn nadrukkelijk aanwezig aan de kust, in grensregio’s en bij attractieparken. Bijna de helft van alle geregistreerde bestedingen komt terecht bij winkels.

Foto: Pretwerk @ Grote Markt in Brussel

Dat blijkt uit een analyse van betaalbedrijf Worldline van betalingen met buitenlandse bankkaarten tussen 25 juni en 24 augustus 2026. Gemiddeld werd per betaling 47 euro afgerekend. (Zie ook de duiding van deze cijfers onderaan het artikel – niet alle uitgaven zijn meegenomen.)

De belangrijkste cijfers:

  • Amerikanen waren goed voor 23,5 procent van de buitenlandse bestedingen.
  • De Verenigde Staten, Frankrijk, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Luxemburg vormen de top vijf.
  • De Amerikaanse bestedingen lagen in juni en juli 26 procent hoger dan een jaar eerder.
  • Brussel registreerde de meeste buitenlandse betalingen, gevolgd door Antwerpen, Brugge en Gent.
  • Aan de Belgische kust bedroeg de gemiddelde betaling 61 euro.
  • Bijna de helft van alle buitenlandse bestedingen ging naar winkels.

Amerikanen domineren de kunststeden

Vooral in de grote steden is de positie van de Amerikaanse bezoeker opvallend sterk. In Vlaanderen en Brussel voeren Amerikanen de ranglijst aan. In Wallonië blijven de Fransen de belangrijkste buitenlandse besteders, gevolgd door Amerikanen en Luxemburgers.

Brussel ontving binnen het Worldline-netwerk de meeste buitenlandse betalingen van alle Belgische bestemmingen. Amerikaanse kaarthouders waren er verantwoordelijk voor ruim vier op de tien buitenlandse bestedingen.

Ook in Antwerpen is het verschil tussen stedelijk toerisme en de rest van de provincie duidelijk zichtbaar. Bijna 60 procent van alle buitenlandse bestedingen in de provincie vond plaats in de stad Antwerpen. Daar kwam 41 procent van de bestedingen van Amerikanen en 27 procent van Nederlanders. Voor de provincie als geheel lagen de aandelen van Amerikanen en Nederlanders met respectievelijk 36 en 34 procent veel dichter bij elkaar.

Gent trok 59 procent van de buitenlandse bestedingen in Oost-Vlaanderen naar zich toe. Amerikanen hadden in de stad een aandeel van 40 procent. Nederlanders waren goed voor 19 procent.

Nederlanders belangrijk voor grens- en verblijfstoerisme

Buiten de grote steden verandert het beeld. Nederlandse bezoekers spelen een belangrijke rol in grensgemeenten, recreatieregio’s en gebieden met vakantieparken.

In de Antwerpse grensgemeenten Essen en Hoogstraten kwam respectievelijk 64 en 54 procent van de buitenlandse bestedingen uit Nederland. Ook in het Oost-Vlaamse Zelzate en Maldegem namen Nederlanders meer dan de helft van de buitenlandse uitgaven voor hun rekening.

In Limburg was Lommel de belangrijkste bestemming, met bijna 15 procent van de buitenlandse bestedingen in de provincie. Rond de vakantieparken kwam 45 procent van de buitenlandse bestedingen van Nederlanders. De gemiddelde betaling bedroeg daar 46 euro, iets minder dan het Limburgse gemiddelde van 51 euro. Dat lagere bedrag kan samenhangen met het grotere aantal kleine betalingen dat gezinnen tijdens een verblijf of daguitstap doen.

Een vergelijkbaar patroon is zichtbaar in Kasterlee en Mol. In deze bestemmingen met pret- en vakantieparken lagen de gemiddelde bedragen per transactie met respectievelijk 17 en 27 euro relatief laag. Een laag gemiddeld bedrag betekent daardoor niet automatisch een geringe economische betekenis: bezoekers kunnen gedurende een dag of verblijf meerdere kleine betalingen doen.

Kust en Ardennen kennen hogere bedragen

Aan de Belgische kust werd gemiddeld 61 euro per betaling afgerekend, duidelijk meer dan het landelijke gemiddelde van 47 euro. Knokke-Heist kwam uit op 70 euro, De Haan op 67 euro en Oostende op 65 euro.

Van alle buitenlandse bestedingen in West-Vlaanderen kwam 34 procent in Brugge terecht. De kustgemeenten waren gezamenlijk goed voor 49 procent. Daarmee profiteren binnen één provincie zowel het internationale cultuurtoerisme in Brugge als het verblijf- en dagtoerisme aan zee.

Ook enkele Waalse bestemmingen noteerden hoge bedragen. In Dinant betaalden buitenlandse bezoekers gemiddeld 83 euro per transactie en in Durbuy 64 euro. Aarlen kwam met 90 euro op het hoogste gemiddelde van de grotere Belgische steden. Dat cijfer wordt sterk beïnvloed door Luxemburgse grensshoppers, die er meer dan de helft van de buitenlandse bestedingen voor hun rekening namen.

Winkels grootste ontvanger van toeristische euro’s

Bijna de helft van de buitenlandse bestedingen ging naar winkels. Hieronder vallen uiteenlopende branches, zoals mode, juweliers, boekhandels en winkels met chocolade en souvenirs. Hotels en horeca volgen, met daarna entertainment en cultuur.

De verdeling hangt sterk samen met de reisafstand. Van bezoekers uit Europese landen die niet aan België grenzen, gaat bijna een derde van de bestedingen naar hotels. Bij Amerikanen is dat ruim een vijfde, tegenover ongeveer een achtste bij bezoekers uit de buurlanden. Fransen en Nederlanders besteden relatief veel aan entertainment, waaronder pret- en dierenparken. Van de Aziatische bestedingen komt 56 procent bij winkels terecht.

Voor toeristische ondernemers onderstrepen de cijfers het belang van een doelgroepspecifiek aanbod. Internationale stedentrippers zorgen vooral voor kansen bij winkels, horeca, cultuur en hotels. Bezoekers uit de buurlanden zijn belangrijker voor dagrecreatie, vakantieparken, attracties en grenswinkelen.

Betaaldata zijn geen bezoekersaantallen

De uitkomsten moeten wel met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Worldline onderzocht uitsluitend betalingen met buitenlandse kaarten bij fysieke betaalterminals van eigen klanten. Contante betalingen, e-commerce en transacties via andere betaalbedrijven ontbreken. Luchthavens en dutyfreezones zijn buiten de locatieanalyse gehouden.

De cijfers geven bovendien geen bezoekersaantallen weer. Eén toerist kan meerdere betalingen doen, terwijl uit een buitenlandse bankkaart niet kan worden afgeleid of iemand een vakantieganger, dagbezoeker, zakelijke reiziger of grensshopper is. Worldline publiceert daarom geen absolute omzetvolumes, maar uitsluitend aandelen, ranglijsten en gemiddelde transactiebedragen.

Bron: betaalgegevens Worldline België

Deze analyse is gebaseerd op betalingen met buitenlandse bankkaarten aan fysieke betaalterminals van Worldline-handelaars in België, tussen eind juni en eind augustus 2026 (locatiecijfers: 25 mei – 24 augustus). E-commerce is niet inbegrepen. Luchthavens en duty-freezones werden uit de locatie-analyse gefilterd om doorreizigers niet mee te tellen. De cijfers meten betaalgedrag, geen bezoekersaantallen: één bezoeker doet doorgaans meerdere betalingen. De aandelen per gemeente zijn uitgedrukt binnen het provinciale totaal; de verdeling per nationaliteit is berekend binnen de tien grootste herkomstlanden. Worldline is marktleider maar bedient niet alle Belgische handelaars; de cijfers beschrijven het betaalverkeer binnen het Worldline-netwerk en zijn geen totaalmeting van de Belgische markt. Om die reden communiceert Worldline rangschikkingen, gemiddelde bedragen en verhoudingen, geen absolute volumes.

nadere duiding van de cijfers

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *