Een zonnige zomer geldt in de recreatiesector meestal als goed nieuws. Maar zodra warmte omslaat in extreme hitte en droogte wordt het beeld een stuk minder positief. Gasten mijden buitenactiviteiten, medewerkers krijgen last van de warmte en terreinen worden kwetsbaar voor brand en plotselinge wateroverlast. In een nieuw sectorrapport waarschuwt ABN AMRO dat bedrijven zich structureel op deze omstandigheden moeten voorbereiden.

Zie ook: Ook recreatiesector begint gevolgen van lage waterstand te merken
De zomer van 2026 maakt duidelijk dat extreem weer geen theoretisch toekomstscenario meer is. In juni werd in Nederland een temperatuur van 39,4 graden gemeten. Een maand later viel gemiddeld slechts 12 millimeter regen, tegenover 79 millimeter in een normale julimaand. De aanhoudende droogte vergrootte de kans op natuurbranden. Voor campings en andere recreatiebedrijven in bos- en natuurgebieden betekende dat extra risico’s en in sommige gevallen zelfs ontruimingen.
Op langere termijn kan een warmer klimaat overigens ook gunstig uitpakken voor het Nederlandse toerisme. Het buitenseizoen wordt langer en activiteiten als fietsen, zwemmen en watersport kunnen eerder in het voorjaar en langer in het najaar worden aangeboden. Nederland kan bovendien aantrekkelijker worden voor vakantiegangers die de extreme zomerhitte in Zuid-Europa willen vermijden.
Die voordelen gaan wel gepaard met nieuwe kwetsbaarheden. Langdurige hitte vermindert het comfort van kampeerders, zeker op terreinen met weinig bomen en beschutting. Een tent, caravan of vakantiewoning zonder goede zonwering kan overdag snel onaangenaam warm worden. Gasten hebben dan behoefte aan schaduw, verkoeling en een aangename binnenruimte waar zij een deel van de dag kunnen doorbrengen.
Ook regen wordt een ingewikkelder factor. Na een lange droge periode kan de bodem het water van een stortbui nauwelijks opnemen. Het regenwater stroomt dan over het terrein, waardoor kampeerplaatsen, accommodaties en technische voorzieningen in korte tijd onder water kunnen komen te staan. ABN AMRO adviseert campings en vakantieparken daarom niet alleen meer schaduw te creëren, maar ook te investeren in afwatering en waterberging.
Dagrecreatie
Voor attractieparken, buitenspeeltuinen, dierentuinen, evenementen en aanbieders van actieve recreatie verandert eveneens het risicoprofiel. Tijdens zeer warme uren blijven bezoekers weg of verkorten zij hun bezoek. Bij onweer, storm of natuurbrandgevaar kan een deel van het aanbod niet worden gebruikt. De financiële schade kan aanzienlijk zijn. Tijdens de hittegolf van juni werden verschillende festivals afgelast. Organisatoren moesten kaartjes terugbetalen, terwijl een groot deel van de voorbereidingskosten al was gemaakt.
Daar staat tegenover dat goed gekoelde binnenlocaties juist extra bezoekers kunnen trekken. Tijdens de hitte op 26 juni verkocht Pathé volgens het rapport ongeveer 65.000 kaartjes, bijna twee keer zoveel als op een normale dag. Op enkele locaties werden extra matineevoorstellingen ingepland. Indoor speeltuinen, musea en andere overdekte attracties kunnen een vergelijkbare functie vervullen, mits hun klimaatinstallaties berekend zijn op de extra koelvraag en hogere bezoekersaantallen.
Horeca
In de horeca zijn de gevolgen minder eenduidig. IJssalons, strandpaviljoens en terrassen met voldoende schaduw profiteren van zomers weer. Bij extreme hitte verdwijnen gasten echter tijdens de warmste uren. Sommige restaurants sluiten dan tijdens de lunch en openen pas weer zodra de temperatuur daalt. Ook de menukaart wordt aangepast, met lichtere gerechten en producten die weinig bereiding in een warme keuken nodig hebben.
Juist in die keuken kan de temperatuur door ovens, fornuizen en friteuses nog hoger oplopen dan buiten. Dat maakt het werk fysiek zwaar. Als vuistregel noemt ABN AMRO dat de arbeidsproductiviteit vanaf 25 graden bij iedere graad temperatuurstijging met circa 2 procent afneemt. In Nederland worden volgens TNO ruim 350.000 werknemers tijdens hun werk blootgesteld aan hittestress.
Tegelijkertijd neemt het risico op voedselbederf toe en moeten koelinstallaties en airco’s harder werken. Dat leidt niet alleen tot een hoger energieverbruik. Oudere of slecht onderhouden installaties kunnen juist op het moment dat ze het hardst nodig zijn uitvallen. Preventief onderhoud vóór het hoogseizoen wordt daarmee belangrijker.
Extreem weer raakt dus steeds meer onderdelen van de bedrijfsvoering: van personeelsplanning en voedselveiligheid tot energievoorziening, verzekeringen en communicatie met gasten. Voor recreatieondernemers is het niet langer voldoende om kort voor aankomst van een hittegolf enkele losse maatregelen te nemen. De weersbestendigheid van het bedrijf moet onderdeel worden van investeringsbeslissingen en de inrichting van het terrein.
Bron en meer informatie: Nederlandse bedrijven moeten zich voorbereiden op extreme weersomstandigheden – ABN AMRO
Wat kan een recreatieondernemer doen?
- Loop het terrein en de gebouwen na op kwetsbare plekken bij hitte, droogte, storm en extreme regen.
- Zorg voor meer natuurlijke of kunstmatige schaduw en creëer een koele verblijfsruimte voor gasten.
- Controleer de afwatering en bekijk waar tijdelijk regenwater kan worden opgevangen.
- Laat airco’s, koelinstallaties, ventilatie, pompen en andere kritieke installaties tijdig onderhouden.
- Leg vast wanneer werkzaamheden worden aangepast of stilgelegd en zorg bij hitte voor extra pauzes en drinkwater.
- Ontwikkel een alternatief programma voor dagen waarop buitenactiviteiten niet verantwoord of aantrekkelijk zijn.
- Bekijk of buitenactiviteiten bij hitte kunnen verschuiven naar de ochtend en avond.
- Maak vooraf afspraken over communicatie bij annuleringen, ontruimingen of plotselinge programmawijzigingen.
- Controleer bij de verzekeraar welke vormen van weer-schade en omzetverlies wel en niet zijn gedekt.
- Neem klimaatbestendigheid mee bij iedere verbouwing, terreininrichting of investering in nieuwe accommodaties.