Belgische attractiesector ontstemd over plannen voor verdubbeling BTW

De Belgische federale regering puzzelt om de begroting rond te krijgen. Eerder dit jaar werd de BTW op verblijfsrecreatie verhoogd van 6 naar 12%. Nu liggen er plannen op tafel om ook de dagrecreatie extra te belasten (ook van 6 naar 12%). Drie koepelorganisaties, uit Vlaanderen en Wallonië, slaken een noodkreet: “Deze maatregel zal een zware impact hebben op een sector die zwaar onder druk staat en erg kwetsbaar is.”

entreezone Pairi Daiza

Het plan: “Het btw-tarief voor de toekenning van het recht op toegang tot een inrichting voor cultuur, sport en vermaak wordt van 6 % op 12 % gebracht.”

In een debat met het parlement geeft minister Jan Jambon van Financiën een toelichting op de plannen. Hij noemde expliciet musea, monumenten, sites, aangelegde parken, avonturenparken, sauna’s, bowling, karting, escaperooms, botanische en zoölogische tuinen, sportinrichtingen, sportmanifestaties, concerten, festivals, films, goochelshows, stand-up, tentoonstellingen en conferenties.

Er worden ook sectoren uitgezonderd: De tariefverhoging zal niet van toepassing zijn op theater, straattheater, choreografieën, opera, klassieke muziekvoorstellingen en circus.

zie ook: toelichting op de plannen

Stapeling van lastenverzwaringen in de recreatiesector

Drie koepelorganisaties, Attractions & Tourisme, Koepel van Attracties en Musea en Belgoparks, stuurden een persbericht uit met de volgende boodschap:

De afgelopen jaren hebben de uitbaters in de recreatieector te kampen gehad met een opeenstapeling van uitzonderlijke lasten: opeenvolgende loonindexeringen, algemene inflatie, stijgen. Energiekosten, de COVID-crisis en strengere eisen op het gebied van veiligheid, onderhoud en naleving.

Daarnaast komt de invoering van de wegenvignet op 1 mei 2027, die aanzienlijke gevolgen zal hebben voor het aantal buitenlandse klanten uit de aangrenzende landen. Deze klanten vormen een zeer belangrijk deel van het bezoekersaantal in de sector en zijn de afgelopen jaren voortdurend in aantal toegenomen. Deze btw-verhoging zal, naast al deze factoren, het economische evenwicht van de organisaties ernstig verstoren en hun voortbestaan in gevaar brengen.

BTW-verhoging gaat ten koste van de investeringsdynamiek

De sector wijst op specifieke eigenschappen. Zo zorgen de toeristische attracties voor duizenden banen die niet naar het buitenland kunnen worden verplaatst, verspreid over alle regio’s van het land. De ontwikkeling van deze sector berust op een voortdurende noodzaak tot herinvestering, zowel in het creëren van innovatieve ervaringen en attracties als in de veiligheid, het onderhoud en de modernisering van de bestaande infrastructuur, en niet te vergeten de noodzakelijke en vaak opgelegde investeringen op het gebied van duurzaamheid.

Dit investeringsvermogen is essentieel om de aantrekkelijkheid van de locaties te behouden, hun ontwikkeling te ondersteunen en hun bijdrage aan de lokale werkgelegenheid te waarborgen. Deze investeringen, die vaak significant zijn, genereren ook directe en indirecte economische voordelen voor talrijke Belgische bedrijven.

Elke extra druk op het economisch evenwicht van de exploitanten dreigt dan ook een stevige weerslag te hebben op hun investeringsvermogen, met gevolgen die ver buiten de sector zelf zouden kunnen reiken en op termijn de economische activiteit en de directe en indirecte werkgelegenheid zouden kunnen aantasten.

Een reëel risico voor het concurrentievermogen van het Belgische toerisme

De verhoging van het btw-tarief voor toeristische attracties past in een Europese context waarin de meeste buurlanden verlaagde tarieven hanteren om de aantrekkelijkheid van hun culturele en recreatieve aanbod te ondersteunen.

Een groot deel van de bezoekers van attracties in België bestaat uit bezoekers uit onze buurlanden en uit lokale bezoekers, die allen bijzonder prijsgevoelig zijn en snel een keuze maken tussen diverse nabijgelegen bestemmingen (Frankrijk , Luxemburg, Nederland, Duitsland…). In een sterk geïntegreerde toeristische markt, waar bezoekers zich gemakkelijk van het ene naar het andere land verplaatsen, zal een verschil in belastingheffing leiden tot:

  • een verlies aan bezoekers ten gunste van de aangrenzende regio’s;
  • een verlies aan aantrekkelijkheid voor daguitstappen en meerdaagse verblijven, segmenten die strategisch belangrijk zijn voor België;
  • een afname van de lokale economische opbrengsten.
  • Een dergelijke fiscale asymmetrie dreigt het vermogen van ons land te ondermijnen om zich te profileren als een toegankelijke en concurrerende toeristische bestemming op Europees niveau, juist op een moment waarop tal van landen hun toeristische strategie versterken om de groei, de werkgelegenheid en de directe bijdrage van de sector aan het bbp te ondersteunen.
  • De Raad van State had dit voorstel begin dit jaar al tegengehouden
  • De federaties wijzen er tevens op dat deze maatregel eerder al door de Raad van State ongeldig is verklaard, omdat deze van oordeel was dat de maatregel niet in overeenstemming was met de grondwettelijke beginselen van gelijkheid en non-discriminatie.

Conclusie: de federaties vragen dan ook om de volledige intrekking van dit voorstel in het kader van de begrotingsonderhandelingen. De federaties vragen de regering om deze maatregel niet op te nemen in het begrotingsakkoord. Toerisme mag geen aanpassingsvariabele worden ten koste van de werkgelegenheid, de
investeringen en de aantrekkelijkheid van België.

Bron en meer informatie:

Koepel van Attracties & Musea vzw

Belgoparks (Bellewaerde, Bobbejaanland, Boudewijn Seapark, Pairi Daiza, Plopsa, Walibi)

Attractions & Tourisme

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *