De entreetickets voor sportieve recreatie zijn iets gestegen in de periode tussen 2023/2024 en 2025/2026. Na verrekening van de inflatie blijkt dat zwembaden (-2,4%) en boulderhallen (-0,5% tot -2,3%) relatief goedkoper zijn geworden. Voor ijsbanen (2,8%) en klimhallen (4,6% tot 11,4%) stegen de toegangsprijzen juist meer dan de inflatie. Dat blijkt uit de Toegangsprijsmonitor 2025/2026 van het Mulier Instituut, de HAN en Fontys Hogeschool.

Een los bezoek aan een klimhal kost volwassenen gemiddeld € 16,07. Voor een zwembadbezoek betalen zij gemiddeld € 6,26. De prijsontwikkeling verschilt ook: klimmen en schaatsen zijn na correctie voor inflatie duurder geworden, terwijl zwemmen en boulderen juist iets goedkoper zijn. Dat blijkt uit de Toegangsprijsmonitor 2025/2026 van het Mulier Instituut, de HAN en Fontys Hogeschool.
De monitor brengt de toegangsprijzen in kaart van openbare zwembaden, ijsbanen en zelfstandige klim- en boulderhallen. Contributies en abonnementen vallen buiten het onderzoek. De onderzoekers verzamelden de prijzen eind 2025 en vergeleken ze met die van 2023/2024. In de steekproef zitten 550 zwembaden, 21 ijsbanen, 29 klimlocaties en 58 boulderlocaties.
Klimhal stijgt het sterkst
Een los bezoek aan een klimhal kost volwassenen gemiddeld € 16,07. Studenten betalen gemiddeld € 14,97, jongeren € 13,19 en pupillen €1 2,54. Gecorrigeerd voor inflatie steeg de prijs sinds 2023/2024 met 4,6 procent voor volwassenen en 11,4 procent voor pupillen. Een strippenkaart verlaagt de gemiddelde prijs per bezoek: die komt voor volwassenen uit op € 14,39.
Bij boulderhallen liggen de tarieven lager. Een los bezoek kost volwassenen gemiddeld € 13,57 en pupillen € 10,73. Hoewel de prijzen in euro’s stegen, daalden ze na inflatiecorrectie met 0,5 tot 2,3 procent, afhankelijk van de leeftijdsgroep. Met een strippenkaart betalen volwassenen gemiddeld € 12,03 per bezoek.
Zwembadbezoek reëel goedkoper
Een los bezoek aan een zwembad kost gemiddeld € 6,26. Dat is 25 cent meer dan bij de vorige meting. Na correctie voor inflatie is de prijs echter 2,4 procent gedaald. Met een badenkaart komt een bezoek gemiddeld op € 5,23; reëel is dat vrijwel gelijk gebleven aan 2023/2024.
De tarieven verschillen onder meer naar type zwembad en exploitant. Een los kaartje kost gemiddeld € 6,91 bij een combibad en € 6,79 bij een zwembad met recreatiebassin. Bij zwembaden die door een bv of nv worden geëxploiteerd ligt het gemiddelde op € 7,11.
In dit onderzoek zijn recreatieve zwembaden met veel waterattracties niet als afzonderlijke categorie meegenomen. (wel relevant voor de recreatiesector.) Dat zijn zwembaden waarin waterpret belangrijker is dan banen zwemmen. De gemiddelde verblijfsduur is dan ook langer en er is vaak ook horeca binnen het zwemgedeelte aanwezig. (ook een extra verdienmodel.) Wat opvalt is dat vakantieparken met een uitgebreid (tropisch) zwemparadijs (o.a. CenterParcs en Hof van Saksen) een veel hogere entreeprijs (rond de € 30) vragen dan de gemeentelijke zwembaden met recreatief aanbod en meerdere waterglijbanen. (o.a. Merwestein Nieuwegein, De Scheg Deventer, Aquarena Emmen, Tongelreep Eindhoven, Zwembad De Welle in Drachten). Daar liggen de ticketprijzen tussen de € 6 en € 14,50 voor een (mid)dagje waterpret. Veel recreatieve zwemparadijzen maken gebruik van dynamic pricing, waarmee de prijzen op top-uren wat hoger komen te liggen.
toevoeging Pretwerk.nl
Schaatsen iets duurder
Voor een los bezoek aan een ijsbaan betalen bezoekers gemiddeld €9,88. De prijs steeg sinds de vorige meting reëel met 1,1 procent. Een bezoek met een rittenkaart kost gemiddeld €8,84; daarbij bedraagt de reële stijging 2,8 procent. De prijs van een los kaartje loopt per baan uiteen: bij De Meent is die gemiddeld het laagst, terwijl Thialf het hoogste tarief rekent.
Tariefstijgingen in perspectief
De exploitatie van zwembaden en ijsbanen staat onder druk, onder meer doordat deze accommodaties veel energie gebruiken. Ook onzekerheid over gemeentelijke sportbegrotingen kan doorwerken. Toch ziet het onderzoek geen algemene prijsstijging boven de inflatie. Voor zwembaden en boulderhallen blijven de tarieven er zelfs onder. Mogelijk zoeken exploitanten extra inkomsten via bijvoorbeeld horeca, abonnementen of verhuur; de monitor onderzoekt dat niet.
De cijfers geven gemiddelden van gepubliceerde tarieven. Ze laten niet zien hoeveel bezoekers een accommodatie ontvangt of hoe vaak een bepaald tarief daadwerkelijk wordt betaald. De volgende meting staat gepland voor seizoen 2027/2028.
Bron en meer informatie: Toegangsprijsmonitor 2025/2026 (pdf)