De Nederlandse recreatiesector leunt op één consumentengroep die steeds belangrijker wordt, maar tegelijkertijd onder druk staat: de 55-plusser. Die gast blijft komen, maar vertoont ander gedrag. Hij besteedt minder, boekt korter en vergelijkt kritischer. Dat is geen incident, maar een trend die zich steeds duidelijker aftekent. En die heeft directe gevolgen voor de bezetting, marges en investeringszekerheid in de sector.

Ate van der Meer van Snakeware maakte een analyse van de positie van de 55-plussers en de invloed op hun toeristisch recreatieve bestedingen.
In de praktijk is de 55-plusser geen abstracte doelgroep maar de ruggengraat van de bezetting, juist buiten het hoogseizoen. Het is de gast die vroeg boekt, langer verblijft en vaker terugkomt. Die in september nog een week gaat, wanneer andere doelgroepen afhaken. En die vaak niet alleen voor zichzelf boekt maar ook voor kinderen en kleinkinderen. Die rol wordt bevestigd in sectordata. 55-plussers zijn verantwoordelijk voor circa 41 procent van alle toeristische overnachtingen. Senioren kiezen bovendien vaker voor een vakantie in eigen land dan gemiddeld. Tegelijk vormen stellen van 55+ zonder thuiswonende kinderen, naast gezinnen, de grootste doelgroep voor Nederlandse vakantieparken. Daarbij is de binnenlandse markt dominant: een meerderheid van zowel gasten als overnachtingen in Nederland komt van Nederlanders zelf. De recreatiesector draait dus in belangrijke mate op de bestedingen van deze groep. De vraag is dan ook niet óf deze consument belangrijk is, maar hoe financiële gezond die blijft.
Een vermogende, maar kwetsbare consument
Op papier lijkt deze doelgroep sterk. Huishoudens van 65 jaar en ouder beschikken over het hoogste mediane vermogen van alle leeftijdsgroepen. Spaarsaldi liggen gemiddeld hoger dan bij jongere generaties. Dat vermogen is opgebouwd door jarenlang te werken en te sparen. En het is precies dat vermogen dat recreatieve bestedingen mogelijk maakt: de vakanties, de uitstapjes, de horeca-uitgaven en de multigeneratievakanties. Maar juist dit fundament staat onder druk. Niet incidenteel, maar structureel.
Twee maatregelen, één portemonne
Per 1 januari 2026 is het btw-tarief op logies verhoogd van 9 naar 21 procent. Overnachten in Nederland is daardoor in één keer structureel duurder geworden. Tegelijkertijd speelt al jaren de onzekerheid rond box 3. Miljoenen Nederlanders betalen belasting over vermogensrendementen die juridisch ter discussie staan, terwijl een nieuw stelsel pas later wordt verwacht. Het effect is cumulatief: dezelfde consument wordt geconfronteerd met hogere lasten op vermogen én hogere kosten bij consumptie. Voor de recreatiesector is dat geen abstract probleem. Hogere kosten leiden tot ander gedrag: kortere verblijven, lagere bestedingen per gast en een scherpere afweging tussen binnen- en buitenland.
Wat betekent dit voor ondernemers?
Op dit moment draait de sector nog goed. Bezettingsgraden zijn stabiel en vroegboekingen blijven sterk. Maar onder die stabiliteit verandert het gedrag van de gast. Ondernemers zien het dagelijks: de vraag blijft, maar de besteding per verblijf neemt af. Dat raakt direct het rendement. Zeker in het voor- en naseizoen, waar de afhankelijkheid van deze doelgroep groot is, wordt die kwetsbaarheid zichtbaar. Het is geen plotselinge schok, maar een geleidelijke verschuiving die doorwerkt in marges, investeringsbeslissingen en de terugverdientijd van nieuwe projecten.
De spanning in beleid en praktijk
De recreatiesector is economisch van betekenis en goed voor een substantieel deel van de werkgelegenheid en het bbp. Tegelijkertijd wordt de belangrijkste consumentengroep in die sector geconfronteerd met oplopende financiële druk. Dat leidt tot een fundamentele vraag: hoe robuust zijn investeringen in nieuwe parken, concepten en voorzieningen wanneer de koopkracht van de belangrijkste gast onder druk staat? Of anders gesteld: je kunt blijven investeren in accommodaties en gastbeleving, maar uiteindelijk bepaalt de financiële ruimte van de klant of die investeringen renderen. Wie de belangrijkste consument uit het oog verliest, loopt vroeg of laat tegen de grenzen van zijn groeimodel aan.

Met dank aan (auteur van dit artikel): Ate van der Meer, directeur van Snakeware (websites en digitale ondersteuning van bedrijven)