Dierentuinen tonen hun bredere rol met project in Madagaskar

Met hun gezamenlijke natuurherstelproject in Madagaskar brengen de dertien aangesloten leden van de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen (NVD) meer naar buiten dan alleen een nieuw natuurbehoudsinitiatief. Het project, gericht op de bescherming van 250 hectare regenwoud en de aanplant van 1 miljoen bomen, is ook een zichtbaar moment waarop de sector laat zien hoe zij haar eigen rol ziet.

Bioloog Mátyás Bittenbinder licht zijn rol in het project toe

De dierentuinen maken duidelijk dat zij meer zijn dan een dagje uit. Die boodschap werd kracht bijgezet met de introductie van Mátyás Bittenbinder als ambassadeur voor natuurbehoud en educatie. Daarmee laat de sector zien dat zij dit verhaal voortaan collectiever en herkenbaarder wil vertellen.

Vier pijlers onder de moderne dierentuin

De NVD positioneert haar leden al langer op vier pijlers: recreatie, educatie, onderzoek en natuurbescherming. Het zijn daarmee ook plekken waar natuur wordt beschermd, mensen worden geïnspireerd en waar kennis centraal staat. Die bredere positionering klonk ook door in de toelichting van Wineke Schoo, directeur van de NVD. Zij benadrukte tegelijkertijd dat recreatie onverminderd belangrijk blijft: “Mensen moeten ook vooral de dierentuinen blijven bezoeken. Dat is een basisvoorwaarde om de kwaliteit van de andere pijlers te waarborgen.”

Juist dat is een belangrijk onderscheid. De beweging die nu zichtbaar wordt, is niet dat dierentuinen verschuiven van recreatie naar natuurbehoud. Het gaat er eerder om dat natuurbehoud zichtbaarder wordt geïntegreerd in het recreatieve en educatieve aanbod. Volgens Schoo zit de verandering daarom niet zozeer in de inhoud, maar in de manier waarop die inhoud nu naar buiten wordt gebracht. “Het verschil met nu is dat dit voor het eerst echt een gezamenlijk project is. Dat is wel een duidelijke breuk met het verleden.”

Directeuren NVD dierentuinen tijdens symbolisch boomplant moment – credits Joris Visser

Waarom juist nu samen?

De gezamenlijke stap is daarmee bijna nieuwswaardiger dan het Madagaskar-project zelf. Schoo zegt daarover: “We vinden dat de tijd rijp is om dit samen te doen, omdat je simpelweg meer kunt bereiken als je krachten bundelt.” Daar zit ook het strategische belang van deze stap. Waar natuurbehoud eerder vooral zichtbaar was via individuele initiatieven van parken en hun stichtingen of fondsen, krijgt het nu meer gewicht doordat het onder de vlag van de NVD wordt gebracht.

Dat bevestigt ook Roel Welsing, directeur van Apenheul. Apenheul is een van de dertien aangesloten dierentuinen en draagt zelf al jaren via het Apenheul Natuurbehoudsfonds met kennis, geld en menskracht bij aan natuurbehoudsprojecten buiten het park. Hij is blij met de samenwerking: “Ik denk dat we als dierentuinen soms wat bescheidener zijn dan nodig. Dit project is een mooie kans om te laten zien waar we gezamenlijk toe in staat zijn.” Volgens hem zijn dierentuinen wereldwijd samen een van de grootste financiers van natuurbehoud, iets waar binnen de sector zelf vaak meer besef van is dan daarbuiten.

Madagaskar voor nu een logische keuze

Dat het project juist in Madagaskar landt, heeft meerdere redenen. De ecologische urgentie is groot: ongeveer 80 procent van het oorspronkelijke regenwoud is verdwenen. Daarnaast is in het Malagassische onderzoekscentrum Centre ValBio een betrouwbare samenwerkingspartner gevonden. Tegelijk leven op het eiland veel unieke diersoorten, waaronder verschillende soorten maki’s die ook in Nederlandse dierentuinen te zien zijn. Veel van die soorten worden ernstig met uitsterven bedreigd. Daardoor ontstaat een directe verbinding tussen natuurherstel op afstand en het verhaal dat bezoekers in Nederland meekrijgen.

Ook de opzet van het project laat zien dat de NVD meer wil neerzetten dan een eenmalige actie, ze committeren zich voor tenminste 5 jaar. Daarbij draait het niet alleen om financiële steun, de rol van lokale gemeenschappen is nadrukkelijk onderdeel van de aanpak. Uit onderzoek blijkt dat veel kinderen op Madagaskar maar weinig van hun eigen natuur zien. Juist daarom is het betrekken van die kinderen belangrijk, zegt Welsing: “We kunnen niet verwachten dat de liefde voor natuur vanzelf groeit, ook daarin willen we helpen. Dat is natuurlijk ook onze doelstelling hier in Nederland bij onze bezoekers: die liefde voor de natuur overbrengen.”

Mátyás Bittenbinder gaf die laag tijdens de bijeenkomst extra kleur. Hij sprak over een reis die zowel confronterend als inspirerend was: confronterend door de snelheid waarmee natuur op Madagaskar verloren is gegaan, maar ook inspirerend omdat natuurherstel in de praktijk zichtbaar wordt. Op locatie maakte hij een YouTube-serie om aan een breed publiek te laten zien dat goede en moderne dierentuinen niet alleen dieren verzorgen, maar zich wereldwijd ook inzetten voor natuur- en soortbehoud. Met die videoserie krijgt het project bovendien een publieksvorm die past bij de manier waarop dierentuinen hun verhaal steeds vaker vertellen: niet alleen via informatiepanelen, maar ook via beelden, beleving en storytelling.

Van natuurherstel naar parkbeleving

Op de achtergrond speelt ook mee dat dierentuinen steeds vaker onderdeel zijn van een bredere maatschappelijke discussie over hun rol en bestaansrecht. Bittenbinder gaf aan dat hij daarom aanvankelijk twijfelde over het ambassadeurschap. Toch koos hij er bewust voor, juist vanwege de educatie- en conservatiepijler van de NVD, waar hij naar eigen zeggen ‘100% achter’ staat. In die rol benadrukt hij ook de kracht van dierentuinen om mensen op een toegankelijke manier te interesseren en inspireren voor dieren en natuur.

De volgende vraag is dan ook hoe dit verhaal zijn vertaling krijgt in de parken zelf. De gezamenlijke boodschap wint aan kracht wanneer bezoekers haar ook herkennen in de parkbeleving. Daar worden nu de eerste contouren van zichtbaar. Artis koppelt het project aan een concrete plek in het park en aan de ‘Artis vertelt’-momenten bij de maki’s. DierenPark Amersfoort plant de symbolische boom van het project in de buurt van het makiverblijf en geeft daar context aan. In Apenheul sluit het project aan op het bestaande Madagaskar-leefgebied.

Die vertaling naar de fysieke omgeving van het park is relevant, omdat daar voor bezoekers de koppeling wordt gemaakt tussen het dier dat zij zien en het leefgebied waar dat dier vandaan komt. Natuurbehoud blijft dan niet iets abstracts of iets dat zich alleen ver weg afspeelt, maar krijgt ook binnen de parkgrenzen een zichtbare plek.

Meer dan een dagje uit

Daarmee laat het project in Madagaskar vooral een bredere ontwikkeling zien. Dierentuinen schuiven niet weg van hun recreatieve functie, maar integreren natuurbehoud zichtbaarder in hun aanbod. In een markt waarin bezoekers niet alleen ontspanning zoeken, maar ook context en betekenis waarderen, laten dierentuinen zien hoe zij daar op hun eigen manier invulling aan geven.

Zoals Schoo het samenvatte: “Met dit project laten de NVD-dierentuinen zien dat natuurbehoud geen losse ambitie is, maar iets waar we samen concreet aan bijdragen.” De gezamenlijke stap van de NVD markeert daarmee niet zozeer een nieuwe koers, maar wel een nieuwe manier van vertellen. Dierentuinen maken hun bestaande maatschappelijke rol nadrukkelijker en collectiever zichtbaar.

Meer informatie: www.nvddierentuinen.nl


Met dank aan (auteur van dit artikel): Timo van Boekel, leisure consultant bij Ginder en specialist op het gebied van bedrijfsvoering in dagattracties.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *